Deveny
RASGROEP:
Staande Jachthonden, Spaniels en Retrievers.
AARD:
Zeer intelligent, zachtaardig en aanhankelijk.
GEMIDDELDE LEVENSDUUR:
Ongeveer 12-14 jaar
ONDERHOUD
VACHT:
Regelmatig borstelen en kammen.
GEWICHT:
15-25 kg.
AANLEG:
Jachthond: stoot het wild op en apporteert.
OMGANG MET KINDEREN:
Uitstekend.
OMGANG MET
ANDERE HONDEN:
Goed
BEWEGINGS-
BEHOEFTE:
Dagelijks minimaal 1 uur uit laten leven.
Herkomst van de Welsh Springer Spaniel
De oorsprong van de Welsh Springer Spaniel ligt,de naam zegt het al in Wales.
De Welsh Springer Spaniel wordt in Wales ook wel "starter" of in het dialect "tarfgi" genoemd.
Deze namen benadrukken het werk waarvoor deze gefokt zijn namelijk het opstoten van het wild.
Vroeger werden ze gebruikt om het wild in de netten te jagen en later om het wild onder het geweer te brengen.
Maar ook het apporteren, zowel te land als te water, is de Welsh Springer Spaniel goed te leren.
De meeste Welsh Springer Spaniels zijn jagers-uit-zichzelf.
De Welsh Springer Spaniel is een vrolijke, vriendelijke, levenslustige hond; eigenwijs, zoals de meeste Spaniels, maar heus veel te leren en die ook graag werkt voor zijn baas of bazin.
In huis is het een rustige hond.
Buiten daarentegen onvermoeibaar.
De Welsh Springer Spaniel is dol op kinderen en door zijn grootte,variërend van ca 46 cm voor teven tot ca 48 cm voor de reuen, een ideale huishond.

Wat de geschiedenis van de Welsh Springer Spaniel betreft moeten we heel ver terug gaan, omstreeks 300 jaar n Chr. werden ze reeds genoemd in de oude wetten van Wales.
Men vermoedt, dat ze verwant zijn aan de Epagneul Breton.
Landverhuizers, die vanuit Bretagne naar Zuid-Wales trokken, hadden waarschijnlijk hun honden meegenomen, waaruit na kruisingen met lokale honden de Welsh Springer Spaniel is ontstaan.

De Welsh Springer Spaniel werd reeds in 1570 besproken in het boek "Historie of Englische dogges" van Dr.Johnnes Caius.
Mr.A.T.Williams of Ynisygerwn schrijft, dat de Welsh Springer Spaniel waarschijnlijk de oudste spanielsoort is in Engeland.
Hij vertelt, dat zijn familie al een Welsh Springerkennel had in 1750 en dat zijn grootvader op jacht ging met Welsh Springer Spaniels in de jaren liggende tussen 1805 en 1850 en zijn vader van 1845 tot 1894.
De Welsh Springer Spaniel is door de eeuwen heen zuiver op zijn jachteigenschappen gefokt.
Ze kwamen veel voor in het zuiden van Wales.
Pas later werden ze geshowd op tentoonstellingen in Engeland.
In 1952 werd het ras door de Engelse Kennel Club(vergelijkbaar met de Raad van Beheer in Nederland) officieel erkend.
De Welsh Springer Spaniel Ch.Corrin(geb 1899) van Mr.A.T.Williams heeft model gestaan voor het ras en naar deze hond zijn de raspunten vastgelegd.

In 1952 werd het ras in Nederland geïntroduceerd door de importreu Red Rascal of Downland, eigenaar de heer H.Bos, gevolgd in 1954 door de teef Rushbrooke Rhode van Jkvr.S.van Boetzelaer.
Uit deze combinatie werden twee nesten gefokt, deze legden de basis voor het bestand van de Welsh Springer Spaniel in Nederland.
Gedrag
Degene die voor het eerst een Welsh Springer Spaniel ziet, zal worden getroffen door zijn schoonheid.
Toch vertoont deze hond ook tal van geestelijke eigenschappen die zonder meer uitstekend kunnen worden genoemd.
Zijn liefhebbers beschouwen hem zelfs als de meest subtiele Spaniel.
Het maakt niet uit of hij nu aan het jagen is of binnen zit, zijn gedrag is altijd zeer evenwichtig.
De Welsh Springer Spaniel is een jachthond en gezelschapshond.

Als de Welsh Springer Spaniel aan het jagen is geweest en terugkeert  van zijn jachtavontuur samen met de jager,gedraagt hij zich als een perfecte gezelschapshond.
Zijn jachtpassie zit hem daarbij niet in de weg,mits hij maar voldoende
gelegenheid krijgt om zijn energie kwijt te raken tijdens het wandelen.
Hij moet regelmatig kunnen rennen en ravotten.
In huis blijkt ook hoe intiem deze hond met zijn baas en diens gezin kan samenwonen.
Het is beslist af te raden om de intelligente Welsh Springer Spaniel te scheiden van zijn huisgenoten.
Daar zal hij op niet mis te verstane wijze tegen protesteren.
Deze hond hoort gewoon thuis in de directe omgeving van de mens.
RASSTANDAARD
ALGEHEEL BEELD:
Een symmetrische, gedrongen hond, niet hoog op de benen, in bouw duidelijk berekend op uithoudingsvermogen en hard werken.
Hij heeft een vlot en levendig gangwerk met veel stuwing en kracht.
ALGEMENE KENMERKEN:
De Welsh Springer Spaniel is van zeer oude en zuivere oorsprong.
Sterk, vrolijk en zeer levendig
AARD:
Vriendelijk van aard, geen sporen van agressie of nervositeid tonend.
HOOFD EN SCHEDEL:
Schedel evenredig in lengte,enigszins gewelfd, met duidelijke aangegeven stop en goed besneden onder de ogen.
Voorsnuit  van middelmatige lengte,recht,tamelijk vierkant.
Neusgaten goed ontwikkeld,bruin tot donker.
OGEN:
Hazelnootkleurig of donker,middelmatig groot noch uitpuilend,noch diepliggend.
Het onderste ooglid mag niet uitzakken.
OREN:
Matig laag aangezet, dicht tegen de wang hangend.
In verhouding klein en geleidelijk smaller wordend naar de punt, enigszins in de vorm van een wijnblad.
GEBIT:
Sterke kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, d.w.z. dat de bovenkaak vlak over de ondertanden heen sluiten en recht in de kaak geplaatst zijn.
HALS:
Lang en gespierd, zonder keelhuid, goed overgaand in schuinliggende schouders.
VOORHAND:
De voorbenen zijn van middelmatige lengte, recht, met stevige botten.
LICHAAM:
Niet lang: sterk en gespierd.
Diepe borst, goed gewelfde ribben.
De lengte van het lichaam moet in goede verhouding staan tot de beenlengte.
Gespierde lendenen, licht gewelfd, goed overgaand in de achterhand.
ACHTERHAND:
Sterk en gespierd, breed met goed ontwikkelde onderbenen.
Achterbenen met stevige botten en goed geplaatste sprongen.
De kniegewrichten matig gehoekt, noch naar binnen, noch naar buiten draaiend.
VOETEN:
Rond, met dikke zolen.
Stevige kattenvoeten, niet te groot en geen spreid voeten.
STAART:
Goed aangezet en laag, nooit boven de ruglijn gedragen.
Is levendig in beweging.
GANGWERK:
Soepele, krachtige wijd uitgrijpend beweging, stuwend vanuit de achterhand.
BEHARING:
Sluik of glad, van dichte, zijdeachtige structuur, nooit stug of golvend.
Een gekrulde vacht is zeer ongewenst.
Voorbenen en achterbenen boven de hakken matig bevederd,oren en staart licht bevederd.
KLEUR:
Alleen dieprood en wit.
HOOGTE:
Reuen ongeveer 48 cm en teven ongeveer 46 cm schofthoogte.
FOUTEN:
Iedere afwijking van hetgeen in de standaard wordt gesteld moet als een fout worden beschouwd en de wijze waarop de fout wordt aangerekend moet nauwkeurig worden afgemeten aan de mate waarin de fout aanwezig is.
chelsea
This page was last updated on 25-02-2007
Gizmo
Deveny 3 jaar oud
gizmo 10 maand
Home